Barolo en Barbaresco

De koning en koningin van Piemonte

Door de geschiedenis heen klommen deze twee appellaties uit Piemonte naar de top binnen de trans-Alpijnse wijnhiërarchie.  Beiden hebben dit te danken aan hun schitterende wijngaarden, aangeplant op de golvende heuvels, en aan de nebbiolo die reeds eeuwenlang een voorkeur heeft voor deze streek. 

Ze zijn prachtig, deze Piemontese heuvels die al golvend langsheen beide oevers van de Tanaro van geen ophouden weten. Deze rivier scheidt de zone van Roero, ten noorden van Alba, en die van de Langhe aan de rechteroever. Deze laatste regio geniet een betere faam dankzij de kleikalkachtige heuvels met tal van microklimaten, gelinkt aan een diversiteit qua ligging en hoogtes. De streek van de DOCG Barolo omvat een aaneenschakeling van steile heuvels ten zuidwesten van Alba. In principe worden de best georiënteerde hellingen aangeplant met nebbiolo. Het is hier dat deze druif zich het meest karaktervol uit qua zuren en tannines.

De oostelijke en westelijke liggingen worden bij voorkeur aangeplant met dolcetto en barbera, ja zelfs met chardonnay. De regio van de DOCG Barbaresco bevindt zich ten noorden van Alba, in de nabijheid van de rivier, wat de streek van een warmer mesoklimaat voorziet. De druiven zijn steeds enkele dagen eerder rijp. 

DOCG Barolo

We tellen in Italië ongeveer 5000 ha nebbiolo, waarvan 1200 ha in de DOCG Barolo. Deze streek omvat wijngaarden van 11 gemeenten. Meest bekend zijn La Morra, Barolo, Serra Lunga d’Alba, Montforte d’Alba en Castiglione Falletto.

De bodem van de twee eerste, op basis van blauwe mergel rijk aan mangaan en magnesium, geven in principe meer elegante wijnen die toegankelijker zijn in hun jeugd. De bruine mergel rijk aan kalk en ijzer van de drie andere gemeenten brengt strengere wijnen, gestructureerder en geschikter om langer te bewaren.

De hoogte speelt eveneens een rol: de wijngaarden liggen tussen 250 en 500 meter, de microklimaten zijn dus talrijk. Dit gezegd zijnde blijft de wijnmaker doorslaggevend.

Tot in de jaren ‘70 was Barolo een assemblagewijn van verschillende wijngaarden. Vandaag is dat het tegenovergestelde, waarbij selecties per perceel aan de basis liggen van tal van wijnen die aan de top staan. Het wijnsyndicaat heeft een officiële afbakening vastgelegd van al deze sites.

Bovendien vormden de jaren ’90 het toneel van stevige confrontaties tussen de traditionelen en de modernisten. De eersten verdedigden de traditie van lange maceratietijden van 40 dagen of meer om een massa tannines over te houden, wijnen die vervolgens vier jaar of meer op Slavoonse eikenhouten foeders gingen (8 jaar bij Giacomo Conterno). Onnodig te zeggen dat deze Barolo’s met uitdrogende tannines en hoge vluchtige zuren, geschikt om lang te bewaren, niet meer voldoen aan de smaak van de huidige markt.

De modernisten, meer bepaald onder leiding van Elio Altare en Domenico Clerico, besloten destijds de inweektijd in te korten om zo meer fruit en zachtere tannines te behouden, gevolgd door een kortere rijping op barriques (helemaal nieuw of deels). Natuurlijk resulteerde dat in het begin in opgeblazen toestanden. Barolo’s met overdreven chocoladetoetsen, vanille of gebrande tonen die niets meer te maken hadden met de subtiliteit van de nebbiolo gelinkt aan zijn terroir. Niettemin werd van toen af aan de groep traditionalisten steeds kleiner, terwijl de modernisten voorzichtiger te werk gingen met zachtere extracties, minder nieuw hout en een latere botteldatum.

Wettelijk moet de DOCG Barolo een rijping krijgen van 3 jaar, waarvan minimum 12 maanden op hout, terwijl de Barolo Riserva 4 jaar moet rijpen met 9 maanden op vat. Een laatste element is dat volgens sommige er andere druivensoorten aan de nebbiolo worden toegevoegd, wat uiterst illegaal is. Met name cabernet sauvignon, merlot, syrah, barbera, dit om enerzijds meer kleur te geven aan een druif met weinig anthocyanen en om anderzijds meer fruit toe te voegen. Over dit onderwerp blijft iedereen uiteraard heel discreet.

NEBBIOLO

Deze toonaangevende druif van Piemonte is een karakter op zich: ze heeft de langste rijpingscyclus. De knoppen ontluiken vroegtijdig, waardoor het risico op voorjaarsvorst reëel is. Deze druif is ook pas echt rijp wanneer andere druiven reeds geoogst zijn, de plant staat dus langerbloot aan de onzekerheden van de herfst. Om correct te rijpen heeft ze een ondergrond nodig met genoeg kalk en een zuid-zuidoostelijke ligging, zodat de druiven maximaal van de zon kunnen genieten. Het is een forse druivensoort, de rendementen moeten dus beperkt worden om fenolische rijpheid van de tannines te verkrijgen. Tannines die snel hard en bitter zijn, versterkt door de hoge zuren.

Deze karakteristieken verklaren misschien zijn eeuwenoude overleving in de streek: de eerste geschriften dateren van 1303, onder de naam nubiola. Zonder twijfel is de dikke schil van de druif verantwoordelijk voor zijn resistentie aan mist (nube in het Latijn), hier in de herfst vaak aanwezig op de heuvels aan de voet van de Alpen; een aanpassingsfactor van groot belang dus. De aanplantdichtheid voor Barolo varieert tussen 3700 en 6000 stokken per hectare naargelang de wijngaarden, rekening houdend met het lastenboek dat een maximaal rendement voorziet van 8000 kg/ha, goed voor een productie die schommelt tussen 1,3 en 2,1 kilogram druiven per wijnplant. Dat is ongetwijfeld de reden waarom zoveel Barolo’s droge en/of bittere tannines hebben: te hoge rendementen per wijnplant! De betere wijnbouwers hebben dit al langer door en opteren voor een opbrengst van minder dan één kilogram per wijnplant. Jammer genoeg zijn die niet bijzonder talrijk.

DOCG Barbaresco

Barbaresco wordt wel eens ‘de broer van koning Barolo’ genoemd en wordt geproduceerd in een zone die werd  aangeplant met 682 ha, ten noordoosten van Alba. De heuvels lijken op grote amfitheaters die naar beneden tot aan de Tanaro reiken en diens laagvlakte. We onderscheiden twee zones.

De eerste streek die de dorpen van Treiso, San Rocco l’Elvio en de heuvels ten zuiden van Neive omvat met een  ondergrond van lagen grijze mergel en zand, wat elegantere en sneller drinkbare wijnen in de hand werkt.

De tweede regio omvat de heuvels van het dorp Barbaresco en het deel van Nieve dat daar tegenover ligt. De lagen blauwe mergel en kalk resulteren in een meer compacte bodem die meer gestructureerde wijnen voortbrengt. Hier ook 100% nebbiolo, waarbij de Barbaresco’s minder stevig en fijner overkomen dan de Barolo’s.

Het maximum rendement werd vastgelegd op 8000 kg/ha en de minimum aanplantdichtheid bedraagt 3500 stokken per hectare.  Ook hier zitten de betere producenten onder de maximaal toegelaten opbrengsten. De minimum rijping van de DOCG Barbaresco bedraagt 26 maanden en 50 maanden voor de Riserva.

Sedert 2007 bestaat er een lijst met daarop de geografisch afgebakende wijngaarden die corresponderen met de crus van Barolo. Met een aantal van 66 werd er geen enkel hiërarchisch verschil gemaakt, wat nogal wat verwarring teweegbrengt tussen de interessante en minder interessante wijngaarden vanuit pedologisch en klimatologisch standpunt.

DOCG Barbaresco

Barbaresco wordt wel eens ‘de broer van koning Barolo’ genoemd en wordt geproduceerd in een zone die werd aangeplant met 682 ha, ten noordoosten van Alba. De heuvels lijken op grote amfitheaters die naar beneden tot aan de Tanaro reiken en diens laagvlakte. We onderscheiden twee zones.

Zone’s

  • De eerste streek die de dorpen van Treiso, San Rocco l’Elvio en de heuvels ten zuiden van Neive omvat met een ondergrond van lagen grijze mergel en zand, wat elegantere en sneller drinkbare wijnen in de hand werkt.
  • De tweede regio omvat de heuvels van het dorp Barbaresco en het deel van Nieve dat daar tegenover ligt. De lagen blauwe mergel en kalk resulteren in een meer compacte bodem die meer gestructureerde wijnen voortbrengt. regen in 2003, met droge tannines tot gevolg, is 2004 opnieuw een ‘normaal’ wijnjaar met aangename zomertemperaturen, af en toe een zachte regenbui en met een probleemloze oogst in de maand oktober. Bij goede wijnbouwers resulteerde dat in wijnen met een mooie complexiteit, evenwichtig qua smaak, met een ideale verhouding tussen alcohol en zuren en rijpe tannines.

2004 Barolo

De Barolo’s 2004 die in de smaak vielen waren vooral die van Gianni Voerzio, Cascina Ballarin, Cantina Bartolo Mascarello, Elvio Cogno, Michele Chiarlo, Ettore Germano, Gianfranco Alessandria, Parusso en Fontanafredda.

De proeverij van een 140-tal Barolo’s van 2005 daarentegen toont de zwakheid van het wijnjaar aan door een gebrek aan fenolische rijpheid. Te veel wijnen bezaten vegetale en harde tannines die versterkt werden door strakke zuren. De reden is dat door de regen in de herfst veel druiven veel te vroeg geplukt werden, met onrijpe tannines en pitten tot gevolg. Enkel de beste wijnbouwers brachten het er correct vanaf:

2005 Barolo

Damilano, Gianni Voerzio, Prunotto, Giuseppe Rinaldi, E.Pira e figli zijn erin geslaagd interessante Barolo’s af te leveren. Opmerkelijk was dat de meest gemediatiseerde  huizen van deze wijnregio hun wijnen niet voorstelden tijdens deze proeverij in Albeisa, wat hun standpunt in verhouding met het geheel niettemin in vraag stelt.

2005 Barbaresco

Aan de kant van Barbaresco toonde de proeverij van 2006 aan dat dit jaartal gezegend was met excellente klimatologische omstandigheden in september en oktober, volgend op een  frisse augustusmaand. De wijnbouwers konden dus in alle rust een perfecte fenolische rijpheid afwachten. Veel rijk fruit met een vrij hoog alcoholgehalte. Buiten de afwezigen zijn dit de domeinen die me het meest wisten te overtuigen: Rizzi, Punset, Prunotto, Michele Chiarlo, Giacosa Fratelli, Pelissero en Pietro Rinaldi.

© 2008 - 2017 webwinkel Pura Passione en Bio-wijn.nl | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel

Om deze webwinkel te bezoeken moet u 18 jaar of ouder zijn.